Thuis is waar het zwembad staat

Thuis is waar het zwembad staat
Toen werd het zomer!!!

vrijdag 9 september 2016

Memory Lane in de container

In mijn straat is een bejaarde vrouw overleden. Ik ken haar naam niet, heb haar nooit gezien, maar het moet een eenzaam mens geweest zijn. Al was het maar omdat ze haar dagen vulde met het voederen van de stadsduiven op haar veranda...En omdat de man die haar appartement leegmaakte mij vertelde dat hij een kast vol fotoalbums naar het containerpark had gebracht.

Het verhaal bleef in mijn achterhoofd spoken. Hier liggen ook massa's fotoalbums uit het pre-digitaal tijdperk, en nu Bomama er niet meer is ligt haar ,,memory lane'' hier binnen handbereik. En wat we daar gaan mee doen?
Vanmorgen heb ik Kadoke 2 een klein album meegegeven waarin Bomama haar eerste en enige tweeling had vereeuwigd. Een vijfgeslacht, een overgrootmoeder, ik dacht dat het kleinood niet op kon tegen haar actuele belangstellingssfeer maar nee hoor, het ging in de rugzak. Zij was overigens het laatste achterkleinkind dat bij Bomama kwam, al moet ik eerlijk bekennen dat Bo toen evenveel belangstelling had voor Bas-de-Beagle...
En eerder heb ik Breuke (had ik daar al een bijnaam voor, in zijn jeugd zegden we Pezzeke?) ook een album opgesolferd met foto's uit zijn jaren in Angola...en natuurlijk van zijn kinderen.
En dan heb ik een pak foto's van de kinderen en kleinkinderen van onze Poiche, ook al 24 jaar verdwenen in alle betekenissen van het woord. Voor die kleinkinderen _ met het eerste heeft hij nog apetrots geposeerd - kan ik de aanzet tot een volle kast bijeen sprokkelen.
Dan de bezigheden van Bomama toen de titel ,,weduwe'' haar met afschuw vervulde. Ze organiseerde een turnclub, zong in een koor, ging op reis met de vrienden van vroeger en werd een super-bomama. Maar al die vrolijke dames, ik vrees dat er maar een paar van overschieten.
Met één item heb ik het moeilijk. De foto's van het meesterke uit zijn jonge jaren. Ik zie ze nu pas en heb geen idee of dat zijn studiegenoten zijn die destijds bij ons aan huis kwamen, en daarbij maakte vooral één man indruk...omdat hij Frans sprak. Mogelijk zijn ze ook allemaal in de onderwijzershemel, het meesterke is hen alvast op zijn 57ste voorgegaan. Maar naar het containerpark ga ik ze niet sturen. Heu, nu nog niet...

zaterdag 20 augustus 2016

Allerliefste Maaike

Wat een graai in de (hm, doorrookte) boekenkast van de Meester met Malief gedaan heeft? Een trip van enkele namiddagen in Memory Lane. En dan nog wel in haar verleden. Voor wie het nog niet wist, behalve ,,boeken over den oorlog, politieke memoires en rechtskundige naslagwerken'' had hij gewoon een koopziekte voor bedrukt papier. Zou hij later wel eens lezen, als hij met pensioen was. Nu hadden kranten, weekbladen en minder serieuze onderwerpen  zijn aandacht.
Na de reunie met mijn gepensioneerde collega's (en hun redelijk hartstochtelijke verhalen over de heel ouden tijd):ze hadden mij toch nieuwsgierig gemaakt. Of ik daar nog iets van wist?
Het zwarte boek met gele opdruk en de titel ,,Het levensverhaal van een Vlaamse krant  van 1948 tot de Vum''  stak mij deze week de ogen uit. Drie dagen later (en nog lang niet uitgelezen) heb ik nog altijd de Meester niet terug om hem te vertellen over dat onwaarschijnlijk boeiende boek waar ik verdraaid mijn jeugd in terugvond.
Allemaal de schuld van de auteur, Guust Hardeneus. Juist, ook voor hem, een meer dan beminnelijke man die zijn gevoel voor humor combineert met accuraat vertelde krantengeschiedenis. Als je zijn naam in het Frans vertaalt, heu ja. Malief heeft niet de gewoonte om echte namen te noemen, behalve in hun in memoriam, en dan nog.
En zo kom ik dan bij Maaike. Toen ik nog (heel) jong was vertelde het meesterke weleens  over dat Maaike in zijn lijfblad, en dan klonk er zoveel bewondering, sympathie en emotie in door dat ik als snotaap wat ongerust was. Ons ma was toch de liefde van zijn leven?
Vandaag weet ik dat hij onder de indruk was van haar voor die jaren zeer progressieve strijd voor  de vrouw, voor de huwelijkspartners en  tegen de dubbele moraal in de kerk.
Toen Malief Maaike persoonlijk leerde kennen waren er al enkele maanden op de redactie in de Jacqmainlaan voorbij gegaan; Ze had een eigen bureau met een andere heel serieuze cultuurschrijver. En ik werd gesommeerd om op toeristische reis naar Het Zwarte Woud te gaan want normaliter ging Maaike maar die zat in ,,een verhuis'' en de reisorganisatie eiste een vrouw want er zou een kamer ,,gedeeld'' worden met een Nederlandse journaliste. Aldus geschiede. Voor Malief was het een leerrijke reis: de laatste nacht bracht ik door in het bad omdat mijn leuke kamergenote een meneer had uitgenodigd (van een héél serieuze krant) en die had na een avond zuipen zoveel moeite om niet uit bed te vallen dat Malief naar het bad verhuisde. Zou Maaike dat geweten hebben?
Maar goed, met Maaike heb ik eigenlijk maar één keer lang gepraat. Ik had haar boeken gelezen, van Spieghelken en zo, was geraakt door haar warme aandacht voor  het nichtje (?)Marolleke, terwijl ze toch zelf geen kinderen had? We zaten samen op de trein naar Brussel, ze vroeg naar mijn ,,situatie'' en vooral of ze mij op de redactie wel naar waarde schatten?
Ha ja, dat ik de ongevallen noteerde en de marktprijzen en de punten en komma's in de CMBV-kalender.
Vandaag begrijp ik wat ze bedoelde. Want wat was Maaike's werk die eerste jaren na de heropstanding van het Vlaamse symbool? Ongevallen noteren en de verhalen van reporters buiten met de hand opnemen. Malief zou haar vandaag vertellen: ,,Mevrouw, ik ben zo trots op u.'' Juist, als ik de mannelijke collega's meneer mocht noemen? En het meesterke had gelijk. Wat ik ook nooit hardop heb gezegd...



maandag 25 juli 2016

Kiekens!

Wedden dat u dacht dat ik het hier over de ongepluimde variëteit ging hebben? Niet nodig: de Melaniekes Trompet hebben mijn hulp niet nodig. En ik ken haar échte naam wél hoor...
Kiekens, kippen dus. Niet meteen mijn favoriete erfgenoot, maar ze zijn wel nuttiger dan de doorsnee bosduif die mij dagelijks wakker zeurt. Let wel, erFgenoot, geen tikfout hé.
Vanmorgen werd ik dus wakker met een verhaal dat Kalamity mij gisteren vertelde, over een kip die ,,rare'' eieren legde en dat ze niet goed wist wat ze er mee moest aanvangen. De dierenarts vond ik eerlijk gezegd wat overdreven. Waarna ik terugkeerde naar mijn prille jeugd waar mijn grootouders op de boerenbuiten (zo heette dat toen nog voor een Brusselse kiek, ik dus) een kleinschalige kippenkwekerij hadden. En als de jongedames het een tijd vertikten om te produceren knelde mijn oma de kip tussen haar knieën en sneed hen de strot over. Ik zie die beesten nog een paar stappen verder springen. Kakelen deden ze niet meer.
Och ja, bij ons thuis in de rue Dewand hebben we ook een tijd kippen gehad. Zou het een toeval zijn dat het meesterke (mijn pa dus) hen de namen gaf van de vriendinnen van mijn moeder? Hoe is het mogelijk, ik herinner mij hun namen nog: Anna, Celine. En dat Anna na gedane arbeid in de grootste pot belandde en dat haar poten er nog uitstaken? Ik vond dat geweldig om verder te vertellen. Nu maar hopen dat de Kadokes dit nooit lezen...

zaterdag 23 juli 2016

Writers block?

Zo stil op de Malief-site? Allemaal de schuld van Kalamity die mij een roman van 632bladzijden had gegeven. Om te lezen hé. En die ik er in vier dagen heb doorgejaagd.'t Was een héle goeie!  En zeg nu zelf, wat doe je anders als het op straat 30 graden is en in de schaduw van mijn hortensia's  slechts 25?
Dat hoekje aan de hortensia's (en geen naarstig klussende buurman met lawaaierige attributen te horen) bleek een schot in de roos. Daarna een tiental (overjarige) Humo's  doorbladerd met af en toe nog een glimp van de geestigaards die het levenswerk van de Snor verder zetten. Mij wel afgevraagd wat vrouwen in het algemeen en  de schrijfster uit Strombeek in het bijzonder aan de langharige schrijver-lapzwans misdaan hebben. Niet dat ik er wakker van lig.
En dan is er nog mijn vakantiejob: twee pluizige grijs gestreepte poezen van de nodige hapjes voorzien terwijl mijn buren op reis zijn. Een meer dan correcte wederdienst voor al het snoeiwerk waarmee het baasje van de poezen de eeuwenoude (ik overdrijf) klimop van mijn tuinmuur heeft  gehaald. En een ontdekking: ik zag de overblijfselen van een pakweg dertig jaar geleden wit geschilderde muur en raad eens wie dat nog gedaan heeft? Juist, ons mama.
Het jaartal kan ik nog ongeveer zeggen. Mijn schoonvader kwam op bezoek, keek lichtjes verontwaardigd naar zijn zoon in pak en das en dan zijn leeftijdsgenote die op de ladder indrukwekkende toeren mocht uithalen. Ik hoor hem nog zeggen ,,Maar, madam H. toch, pas op!..'' Juist, toen spraken de respectievelijke oma's en opa's mekaar nog met meneer en madam aan. En hoe ik zo precies weet hoelang dat geleden is? Met de leeftijd van Lottepoes, en hoe oud zij was  toen haar opa overleden is.
Ingewikkeld? Als je een beetje vergeetachtig wordt dan zijn er gelukkig nog trucjes om de waarheid te achterhalen...

zaterdag 25 juni 2016

Van de vareus in d' hoechelen...

Is het omdat ze er niet meer is? Feit is dat ik voortdurend woorden gebruik die in geen halve eeuw van mij zijn geweest. Brussels, ja, maar waarvan ik mij niet eens bewust ben. Ons moeder gebruikte ze de laatste jaren weer met zichtbaar genoegen.

De Meester vond ze destijds geweldig. Ze kwamen volgens hem uit het radio-programma 't Lieg plafon dat lang geleden op Omroep Brabant furore maakte. Maar ik zei dat ze van ons moeder kwamen.

Het begon toen ze in Avondrood naar mijn vareus vroeg want het was een beetje killig. In de tuin vond ze dan weer dat de hoechelen er druug bij stonden. Wat later speelden we ,,memory lane''. Of ze nog wist dat zij ons leerde onze crayon, onze cahier en onze maillot in onze calpain te steken. Er zat een tiret aan ons vareus en aan zee droeg het meesterke een chemieslakost.
Mouchke was haar troetelnaam voor het meesterke, ik heb hém nooit haar naam horen noemen. ,,Ja maske'' maar dat was in een onbewaakt ogenblik. Waar we woonden was altijd ,,een rue'', de balançoir was voor de kleinkinderen, en iemand die lawaai maakte ...vuil bataclan.
Het is mij een raadsel hoe zij dat genante dialect aan het meesterke kon verkopen, een meer dan gedreven flamingant uit het Leuvense die in hun prille relatie naar de IJzerbedevaart ging en haar uit Diksmuide een kaartje stuurde. Later vertelde ze mij: ,,Hij zei daarna dat ik daarmee wist wie hij was.'' Alsof dat een verhaal was dat bij haar thuis in de rue Dewand bekend was....
Maar goed, ondertussen gebruik ik ongegeneerd de ballustrade, wijs naar een basj op een stapel hout en hoor van een geletterd mens dat het een zeil is. Zei daarstraks in de winkel van de komiek dat ik vidange bij had, en  ik kon onlangs aan de telefoon niet op het keurige ,,bergplaats'' komen omdat wij hier toch ook al een halve eeuw ,,kot'' zeggen.
Of is dit nu mijn manier om van mijn ouders afscheid te nemen?
Dan heb ik nog een verhaaltje over mijn lieve nicht Denise, ook al enkele jaren met een kruisje achter haan naam.. Ik dacht er ineens aan toen ik de fans van de Rode Duivels zo enthousiast de Brabançonne hoorde ,,zingen''. Denise had in het pensionaat van Londerzeel een andere versie geleerd en die leerde zij ons .Ik ontdekte gisteren dat ik ze nog kende al heb ik ze ongetwijfeld nooit hardop durven zingen...
Gevoelige lezertjes mogen het einde gerust overslaan.
Ho vaderland onzen ezel kan ni schaiten, zeh gat es toogeplekt on moinen appelseen
De kuinink zaa moeite kik er is in boiate?
De kuinink beit en onzen eizel sch....
(ik ken de echte versie in het Nederlands én het Frans hoor, wat dacht je dat ik in Schaarbeek bij soeur Petit Chou  zoal heb geleerd?

Dat er vooral geen misverstand moge bestaan over de identiteit van ,,Denise'': mijn Brussels nichtje was de snode zangeres, en niet mijn eerwaarde tante, zoals een lichtjes geschokte junior mij eerder deze week fronsend vroeg. Tja, Denise was toen een populaire naam...


zaterdag 18 juni 2016

De veggie-boer (bis)

Heb het even moeten nakijken: ook op 16 februari 2016 schreef Malief iets wat deze week in de serieuze krant voorpagina-nieuws is. Over een kunstmecenas die eigenlijk de pest heeft aan mannen die een pootje uitsteken in het huishouden, en echtgenotes die niet alles laten vallen als de Grote ondernemer besluit om met hart en ziel te gaan ondernemen.
Wat een heisa zeg. En de reactie van ,,een vriendin'' dat de mecenas wél een ondernemende echtgenote heeft. Juist, eentje met een rechtendiploma die echt waar van haar man enkele jaren mocht werken als rechter. En daarna ,,advies'' mocht geven in kunstaankopen, advies dat hij spijtig genoeg niet altijd volgde. Heeft allemaal in de krant gestaan. Maar goed, onze veggie-boer zal wel nog een andere slogan ter harte nemen: zolang ik maar op de voorpagina van de serieuze pers sta. Zelfs slechte reclame is reclame.

maandag 6 juni 2016

Maskes moeten sterk zijn

Pakweg vijftig jaar was zij mijn moeder. Toen onze Poiche in Berlijn verdween werd ik haar moeder. De sterke vrouw die ik in haar leven maar één keer zag wenen toen het hart van het meesterke het begaf, zij had maar één lijfspreuk: maskes moeten sterk zijn...
De verdwijning van haar oudste zoon vond zij duidelijk een smerige streek. ,,Ik ben opstandig hé'' zei ze dan. De volgende tien jaar was Poiche het onderwerp van al haar vragen, speculaties, maar een onderwerp waar ze het in de familie niet over had. Behalve tegen mij, maskes moeten sterk zijn.
Of er nieuws was, wat men had gezegd, wat men had gedaan (men was dan de politie, toen ook nog de Rijkswacht) .
Tussendoor nachtelijke telefoontjes: je mama is gevallen, 's morgens naar Jette, binnenkort mag ze revalideren. Dat gebeurde een paar maal, maar telkens bij mij. Nee, naar een revalidatieoord ging ze niet, wel nor hoeis...Kleine randbewerking: het was in die tijd dat de Meester 's middags naar huis kwam om haar de nodige hapjes en drank te geven. Tot op de dag dat ik in Parijs telefoon kreeg van de Meester: Bomama is in Brussel gevallen, ze ligt  (weer) in het ziekenhuis. Het was mijn laatste defilé uit mijn carrière. Dag Dries van Noten, maar ik pakte mijn valies en ging naar huis. Daarna begon mijn carrière als moeder van mijn mama.
In 2006 gaf ze het op. Onze poiche is er ne mi zenne, ze wou niet in haar huis in Brussel blijven, wij boden haar een kamer aan, terwijl gezocht werd naar een home.
Zeer tegen haar zin ging ze vijf maanden later naar  Avondrood.( Die naam heb ik uitgevonden...)
Twee, drie keer per week kwam  ik daar: ze acclimatiseerde , raakte bevriend met  haar tafelgenoten  en kon zich uitleven in tornooien van Vier op een rij.
Toen de dochter van Poichke haar vader achterna ging, een nieuws dat ik weken voor haar verborgen hield, was haar reactie kil. ,,Ik kan daar niks aan doen zenne''. Waarna ze zich afsloot voor ,,slecht nieuws''. Zoals toen de broer van de Meester overleed.  ,,Past goed op zenne''.
En een jaar later, toen de Meester overleed  vroeg ze  na enkele weken  ,,hoe is't met hem? '' en slikte ze mijn commentaar ,,veel werk hé'' met enige opluchting.
Zoals het een moeder past weerde ik alle slecht nieuws, deed jolig , en liet mij ,,commanderen''  om één van haar boterhammen op te eten..
Een maand geleden  _ ze was toen nog maar een schaduw van haar mooie zelve_ zei ze plots in het Brussels :,,'t is al zolang geleden maar nu zou ik kunnen schrieven''. Om haar af te leiden ging ik wandelen in de tuin maar daar werd ze heel boos om, want het was wind...
En dan heeft het twee weken geduurd eer zij haar blauwe ogen (haar kinderen hebben donkere Herten-ogen)  eindelijk kon sluiten. Er liep één traan uit haar rechteroog.

Nota: de openingsfoto van mijn blog is Bomama op het strand van Knokke. Het nieuwsgierige wicht naast haar is..Malief.