maandag 4 juni 2012
Bezoek in Avondrood
Op de voorgrond Denise: op bezoek bij ,,tante Philo'' (spreek uit op zijn Frans), op het terras van de home, la cousine Tanjel, een scheve Malief (dacht ze dat ze niet op de foto geraakte?) en daarachter filosofisch en afstandelijjk: de Meester in het kiekenkot...Het was eind augustus 2009 en we beseften niet dat het onze laatste familiefoto is geworden...In 2011 kwamen ze nog eens langs op doorreis naar het zuiden met achterlating van een vracht geestrijke bubbels om de 92ste verjaardag van bomama te vieren. We hebben toen geklonken op haar gezondheid, maar het heeft niet geholpen...
zondag 3 juni 2012
Sterrenstof
Weer een lieve mens naar de eeuwige jachtvelden vertrokken. Geen klokkengelui, geen wijwater en geen gezangen. Sinds haar geliefde het ietwat laconieke bericht mailde _waarmee hij een immens verdriet en een zucht van verlossing maskeerde_ heb ik al zoveel aan haar gedacht, zoveel over haar gepraat en zoveel over haar gedroomd dat mijn nabestaanden er allicht stillekes genoeg van hebben.
Bon, ze heette Denise (niet te verwarren met mijn liefste tante zuster uit Man bijt Hond) en ik zag haar hooguit één keer per jaar want ze woonde al lang in le grand Duché.
Ze was mijn nichtje en een halve wees _ haar mama stierf zeer jong en ze moest op pensionaat_ en soms kwam ze bij ons op bezoek. Ze was enkele jaren ouder dan ik en toen ik eens op haar voet trapte kreeg ik net géén mep, trok ze haar schoen uit, spuwde er op en begon frenetiek over haar schoen te wrijven. Ik heb er net geen trauma van overgehouden.
Dan gingen we wandelen met een buurmeisje (ook iets ouder en mijn beste vriendin) en Denise (was ze al twaalf jaar, ik twijfel) babbelde heel de tijd Frans met het buurmeisje. Ik liep er een beetje onnozel bij, verstond wel dat het over jongens ging maar tja? En toen ik iets vroeg zei ze: ,,Hemmek aa gevroegt ommei te goan?''. Het buurmeisje kneep bemoedigend in mijn hand. Ik snapte er niks van.
Kijk, nog enkele jaren later veranderde alles: ik was geen snotneus meer, we werden hartsvriendinnen. Ik heb warme brieven van haar uit mijn Leuvense tijd en ik keek geweldig naar haar op: ze was mooi, grappig, ze kon een prachtige chignon maken en geweldig dansen. Ik heb heel hard mijn best gedaan om haar na te apen. Ze vertelde mij over haar veroveringen en hoe kwaad mammy (haar stiefmoeder) was als ze laat thuis kwam. En niet eens zo lang geleden (in september vorig jaar), getekend door een hersenbloeding en een moeizame revalidatie vertelde ze mij kwansuis: wette nog, ho dakkik het vreuger oeit hem gange?
En ik ben Malief moeten worden om te snappen dat die kleine wees uit het pensionnaat zo stoer deed omdat ze maar een klein hartje had. Een vechtertje die mij enkele maanden geleden nog opbelde, opgewekt vertelde over de komende chemo's maar dat het allemaal wel ging lukken he? Soms sprak ze Frans en de Kadokes die in dezelfde kamer zaten vroegen mij achteraf waarom ik ineens Frans sprak. Misschien wel om niet te moeten vragen waarom mijn stem bibberde.
Bon, ze heette Denise (niet te verwarren met mijn liefste tante zuster uit Man bijt Hond) en ik zag haar hooguit één keer per jaar want ze woonde al lang in le grand Duché.
Ze was mijn nichtje en een halve wees _ haar mama stierf zeer jong en ze moest op pensionaat_ en soms kwam ze bij ons op bezoek. Ze was enkele jaren ouder dan ik en toen ik eens op haar voet trapte kreeg ik net géén mep, trok ze haar schoen uit, spuwde er op en begon frenetiek over haar schoen te wrijven. Ik heb er net geen trauma van overgehouden.
Dan gingen we wandelen met een buurmeisje (ook iets ouder en mijn beste vriendin) en Denise (was ze al twaalf jaar, ik twijfel) babbelde heel de tijd Frans met het buurmeisje. Ik liep er een beetje onnozel bij, verstond wel dat het over jongens ging maar tja? En toen ik iets vroeg zei ze: ,,Hemmek aa gevroegt ommei te goan?''. Het buurmeisje kneep bemoedigend in mijn hand. Ik snapte er niks van.
Kijk, nog enkele jaren later veranderde alles: ik was geen snotneus meer, we werden hartsvriendinnen. Ik heb warme brieven van haar uit mijn Leuvense tijd en ik keek geweldig naar haar op: ze was mooi, grappig, ze kon een prachtige chignon maken en geweldig dansen. Ik heb heel hard mijn best gedaan om haar na te apen. Ze vertelde mij over haar veroveringen en hoe kwaad mammy (haar stiefmoeder) was als ze laat thuis kwam. En niet eens zo lang geleden (in september vorig jaar), getekend door een hersenbloeding en een moeizame revalidatie vertelde ze mij kwansuis: wette nog, ho dakkik het vreuger oeit hem gange?
En ik ben Malief moeten worden om te snappen dat die kleine wees uit het pensionnaat zo stoer deed omdat ze maar een klein hartje had. Een vechtertje die mij enkele maanden geleden nog opbelde, opgewekt vertelde over de komende chemo's maar dat het allemaal wel ging lukken he? Soms sprak ze Frans en de Kadokes die in dezelfde kamer zaten vroegen mij achteraf waarom ik ineens Frans sprak. Misschien wel om niet te moeten vragen waarom mijn stem bibberde.
zaterdag 12 mei 2012
De dichteres en de burgemeester
Helaba, wat steekt daar tussen mijn papieren? Een los blad uit een computercursus en op de voorzijde...een gedicht?
Lees mee, stel je een layout voor van Paul Van Ostaeyen en dramatische rode inkt.
De StaD
vanonder voeten
vanboven lachende gezichten
op de straat geen BUSSEN
alleen maar mensen
en dieren en
mensen
en
dieren.
een mooie
STAD
met vriendelijke
mensen
dat is wat
ik
voor de stad
zou
WENSEN
------
Maar nee:
een stad vol gevaar
een stad met alleen maar ja-maar
een stad vol gierende bussen
met niet eens een paar vrolijke
MUSSEN
ZO
is onze
STAD
(de naam van de dichteres was met veel rode inkt bijna onleesbaar gemaakt)
Toen ik met het kleinood naar de Meester ging om mijn vondst te tonen keek hij bestraffend: ,,Weet ge dat niet meer? In de tijd van de zwarte vlaggen in onze straat wou ik het naar de burgemeester sturen maar ons kadoke2 wou het niet?'' Nee dus. Ik ga het origineel toch bewaren in een map ,,toen de dichteres nog geen tien jaar was...''
Lees mee, stel je een layout voor van Paul Van Ostaeyen en dramatische rode inkt.
De StaD
vanonder voeten
vanboven lachende gezichten
op de straat geen BUSSEN
alleen maar mensen
en dieren en
mensen
en
dieren.
een mooie
STAD
met vriendelijke
mensen
dat is wat
ik
voor de stad
zou
WENSEN
------
Maar nee:
een stad vol gevaar
een stad met alleen maar ja-maar
een stad vol gierende bussen
met niet eens een paar vrolijke
MUSSEN
ZO
is onze
STAD
(de naam van de dichteres was met veel rode inkt bijna onleesbaar gemaakt)
Toen ik met het kleinood naar de Meester ging om mijn vondst te tonen keek hij bestraffend: ,,Weet ge dat niet meer? In de tijd van de zwarte vlaggen in onze straat wou ik het naar de burgemeester sturen maar ons kadoke2 wou het niet?'' Nee dus. Ik ga het origineel toch bewaren in een map ,,toen de dichteres nog geen tien jaar was...''
vrijdag 11 mei 2012
Prinses Diana en de haarspeld
Trubbels met onze belgacom tv. ,,Deze zender is tijdelijk buiten gebruik'' of iets van die strekking: ik zap het altijd weg voor de Meester het in het snuitje krijgt. Want in tegenstelling tot de lankmoedige Malief gaat hij dan heel luid en heel verontwaardigd tot God spreken. Gisterenavond, na een paar onderbrekingen tijdens het nieuws (en vijf keer tijdens Thuis, wanneer ik er alleen zit) de vaste belofte: morgen bel ik naar Belgacom.
Mooi: ik had de stekker van de digibox al 15 seconden uitgetrokken en dat vond de meneer techneut aan de telefoon niet echt een goed idee hoewel de computerstem het had aanbevolen. Maar soit, na veel geheimzinnige (Engelstalige) handelingen kreeg ik de belofte dat we vanavond ongestoord naar TV1 zullen kunnen kijken. En anders mag ik nog eens bellen.Dat heet vooruitgang.
Wat mij naadloos bij een avontuur in Londen brengt.Het waren de jaren negentig. Een niet zo sympathieke baas van mij vond dat ik naar Londen moest om de begrafenis van prinses Diana ,,live'' te verslaan. Vooral verhaaltjes vooraf, stemming, tranen, het genre waarmee LDL destijds furore maakte. Maar ondertussen zat er op de krant geen dienstmaagd (ik dus) meer om het verhaal uit te tikken: een gsm en een draagbare pc uit de pré-historie moest volstaan.
Ha ja, ik kreeg een chic hotel, keek uit op een plat dak met veel transformatoren en géén bereik met de gsm. Niet erg: op straat kon ik wel bellen. Maar toen gaf de pc ogenschijnlijk de geest. Haal u volgend tafereel voor ogen:
wanhopige Malief op straat met gsm en nukkige pc in ,,Brussel'' op zoek naar de techneut van dienst. Als de Londenaren al niet verdronken in hun tranen, dan was ik ongetwijfeld de gag van de week geweest. Zeker toen de man in Groot-Bijgaarden mij suggereerde om een haarspeld in de reset te stoppen. ,,Ik heb kort haar'' heb ik toen geschreeuwd. Een bic met een lange punt?,, Die ligt boven in mijn kamer!''
Toen ik het voorval vanmiddag nog eens aan de Meester vertelde kreeg ik de suggestie dat ik het toch ook met een ,,attachke'' had kunnen proberen?
Vandaar dat ik vandaag weer stoom aflaat met een getuigenis uit de ,,goeien ouden tijd''. Tijdens het schrijven is mijn pc een paar keer ,,stil'' gevallen, maar vermits ik niet op straat sta kan het mij niet schelen.
Mooi: ik had de stekker van de digibox al 15 seconden uitgetrokken en dat vond de meneer techneut aan de telefoon niet echt een goed idee hoewel de computerstem het had aanbevolen. Maar soit, na veel geheimzinnige (Engelstalige) handelingen kreeg ik de belofte dat we vanavond ongestoord naar TV1 zullen kunnen kijken. En anders mag ik nog eens bellen.Dat heet vooruitgang.
Wat mij naadloos bij een avontuur in Londen brengt.Het waren de jaren negentig. Een niet zo sympathieke baas van mij vond dat ik naar Londen moest om de begrafenis van prinses Diana ,,live'' te verslaan. Vooral verhaaltjes vooraf, stemming, tranen, het genre waarmee LDL destijds furore maakte. Maar ondertussen zat er op de krant geen dienstmaagd (ik dus) meer om het verhaal uit te tikken: een gsm en een draagbare pc uit de pré-historie moest volstaan.
Ha ja, ik kreeg een chic hotel, keek uit op een plat dak met veel transformatoren en géén bereik met de gsm. Niet erg: op straat kon ik wel bellen. Maar toen gaf de pc ogenschijnlijk de geest. Haal u volgend tafereel voor ogen:
wanhopige Malief op straat met gsm en nukkige pc in ,,Brussel'' op zoek naar de techneut van dienst. Als de Londenaren al niet verdronken in hun tranen, dan was ik ongetwijfeld de gag van de week geweest. Zeker toen de man in Groot-Bijgaarden mij suggereerde om een haarspeld in de reset te stoppen. ,,Ik heb kort haar'' heb ik toen geschreeuwd. Een bic met een lange punt?,, Die ligt boven in mijn kamer!''
Toen ik het voorval vanmiddag nog eens aan de Meester vertelde kreeg ik de suggestie dat ik het toch ook met een ,,attachke'' had kunnen proberen?
Vandaar dat ik vandaag weer stoom aflaat met een getuigenis uit de ,,goeien ouden tijd''. Tijdens het schrijven is mijn pc een paar keer ,,stil'' gevallen, maar vermits ik niet op straat sta kan het mij niet schelen.
zondag 22 april 2012
Erger is ergernis
Net mijn ex-hoofdredacteur op de pagina van DS Online gespot, omringd door kandidaat Miss-Belgiës, en daaronder de mededeling dat hij uit de politiek stapt omdat hij de druk niet meer aankan.Voor de trage verstaanders: ge ziet wel dat hij altijd met schoon meiskes bezig was hé...
Een afrekening die kan tellen. Ik ga er weinig woorden aan vuilmaken. Ik heb mijn journalistenkaart in 2012 niet meer vernieuwd. Misschien ga ik wel een klacht indienen in naam van Miet Smet en andere 50-plussers die zo vrolijk in DS Weekblad worden geschoffeerd? Of moeten die daar wél tegen kunnen?
(voor de slome verstaanders DSWeekblad van 14 april.)
Een afrekening die kan tellen. Ik ga er weinig woorden aan vuilmaken. Ik heb mijn journalistenkaart in 2012 niet meer vernieuwd. Misschien ga ik wel een klacht indienen in naam van Miet Smet en andere 50-plussers die zo vrolijk in DS Weekblad worden geschoffeerd? Of moeten die daar wél tegen kunnen?
(voor de slome verstaanders DSWeekblad van 14 april.)
zaterdag 14 april 2012
Stille getuigen
Thuis aan zee, zomaar zonder de Kadokes. Héhé, is dat nu van de rokende zalm-op-de-grill dat ik over mijn ogen wrijf? Of komt het omdat ik op het buroke van de Meester twee sporen van hun jongste verblijf heb teruggevonden?
Aan de muur een tekening met vijf mannetjes en daaronder de vraag van de auteur wat die met de Meester te maken hebben. Ondersteboven lees ik: ,,goede kok, superslim, goede verteller, snelle stapper en grappig''. Kortom, een ere-lijst voor een opa.
Een ander aandenken komt van zijn zus: een zelf geknutseld papieren doosje waarin opgevouwen briefjes die ze hier achterliet. ,, Die moet je maar lezen als je droevig bent of zo, opa''.
Ik heb ze vanmorgen allemaal gelezen. Niet dat ik droevig ben, wel dat ik haar mis. En niet dat ik nu een briefgeheim schend of zo want ze waren allemaal opengevouwen. Een paar voorbeelden? ,,Ik voel dat je gelukkig gaat zijn'' en ,,Hier heb ik een spuitbus vol geluk. SPLATSCH!''
Toen kwam mijn vraag aan de Meester: '' Heb je ze allemaal gelezen?'' en hij : ,,Jaja, mist gij ze ook zo?''
Héhé: maandag zijn ze er weer en woensdag ook en hoera, zaterdag blijven ze ook nog slapen...
Aan de muur een tekening met vijf mannetjes en daaronder de vraag van de auteur wat die met de Meester te maken hebben. Ondersteboven lees ik: ,,goede kok, superslim, goede verteller, snelle stapper en grappig''. Kortom, een ere-lijst voor een opa.
Een ander aandenken komt van zijn zus: een zelf geknutseld papieren doosje waarin opgevouwen briefjes die ze hier achterliet. ,, Die moet je maar lezen als je droevig bent of zo, opa''.
Ik heb ze vanmorgen allemaal gelezen. Niet dat ik droevig ben, wel dat ik haar mis. En niet dat ik nu een briefgeheim schend of zo want ze waren allemaal opengevouwen. Een paar voorbeelden? ,,Ik voel dat je gelukkig gaat zijn'' en ,,Hier heb ik een spuitbus vol geluk. SPLATSCH!''
Toen kwam mijn vraag aan de Meester: '' Heb je ze allemaal gelezen?'' en hij : ,,Jaja, mist gij ze ook zo?''
Héhé: maandag zijn ze er weer en woensdag ook en hoera, zaterdag blijven ze ook nog slapen...
maandag 9 april 2012
Debutant in de Jacqmainlaan
Op verzoek van Iedereen (in dit geval de vriendin-collega, niet iedereen, de massa) ga ik hier het leven aan de Jacqmainlaan 1966 nog eens uit de doeken doen. En op voorhand excuses : mijn knarsend geheugen zegt mij dat ik er ooit al een en ander over vertelde. Een vervolg op ,,Vrienden en kennissen'' dus.
Anyway, na de loftrompet van de prof/BRT-baas en de prof/ baas van de Nieuwe Gids (die helaas geen geld had voor debuterend talent) mocht ik begin 1966 eens langskomen in de Jacqmainlaan. Ik had mijn toenmalig lief(*) meegebracht en hem op een terrasje in de buurt neergepoot, mij niet eens bewust van het feit dat het geen plaats was om argeloze jongemannen achter te laten.
En zo verliep het op de krant:Een joviaal persoon die mij ,,man'' noemde en zijn Antwerpse achtergrond niet kon verbergen kwam mij na eindeloos anti-chambreren ophalen en zei dat ik examen moest toen. Ja goed, zeg maar wanneer. Ha nee, het moest nu onmiddellijk. En toen zei deze onnozele trien: ,,Jamaar, ik heb nu geen tijd, ik kwam een afspraak maken.'' ,,Ha zo, ja man, dan moet ge maar eens terugkomen hé.''Ik mocht terugkomen maar ik had het bij die bink voor eeuwig verknoeid. Toen de krant tien jaar later failliet ging stond ik bovenaan zijn lijstje om af te danken omdat ik geen ,,sociaal geval'' was. Met dank aan de Meester.
Enfin, het opstelletje (!) dat hij mij in 1966 liet schrijven was blijkbaar ok. Ik mocht op 1 maart beginnen. Pour la petite histoire: precies op de dag dat een nonkel van het meesterke bij Periodica (de drukkerij) met pensioen ging.
Ik beschrijf nu de situatie op de redactie. Ik werd naar een lange tafel gebracht waar Johan Anthierens-zaliger gedachtenis over een gigantische Adler gebogen zat. Hij stak een sloom pootje naar mij uit en zei ,,Ik ben hier niet graag...''
De bink-man grinnikte iets en zei tegen zijn nieuwe aanwinst:,,Kijk, ge moogt hier zitten, op die stoel. De man die hier normaal zit is ziek maar ge moet niet bang zijn voor besmetting want het is ingebeeld.''
De ,,zieke man'' , bijnaam Miel, is later op de redactie mijn beste vriend geworden. Nooit iemand ontmoet met zoveel zin voor zelfspot. Nog enkele jaren was hij aan die lange rewriterstafel mijn bondgenoot.,,Ja meiske, ge kunt beter doen wat ze zeggen want anders is 't hier nie te doen, zie maar naar de Johan...'' Toen kwam een nieuwkomer van de eindredactie Miel vragen om eens iets aan het wetenschappelijk nieuws in de krant te doen. Hij ging prompt ,,studeren'' in een telefooncel(om niet gestoord te worden) en al was het geneeskundig nieuws niet zo goed voor zijn ingebeeld stokpaardje, de man werd een autoriteit in het vulgariseren van wetenschappelijk nieuws. Onze Poiche, zelf een doctor in de scheikunde, was in de wolken over zijn bijdragen.
Ondertussen zette ik nog enkele jaren punten en komma's in de CMBV-kalender, de Eiermarkt van Kruishoutem, de groentenprijzen van Katelijne-Waver en mocht de stommiteiten uit gedicteerde ,,ongevallen'' schrappen. Een van de betere uit West-Vlaanderen:,,Het vliegtuig gekscheerde over de wei..'' En als een redactiebediende promotie maakte en naar de regionale redactie verhuisde mocht ik tot de volgende aanwerving op die stoel gaan zitten.
Tot de dag dat ik mijn stoute schoenen aantrok en ,,het kleine grijze aapje'' (de bijnaam van de hoofdredacteur) vroeg of hij niet vond dat hij mij teveel betaalde? Zo had ik zijn aandacht: hij bleef midden op de redactievloer staan en zei na mijn uitleg: Ha ja. De rest is geschiedenis.
Nog één detail dat dient besproken. Waren vrouwen er ,,in mijn tijd'' mikpunt voor gore grappen? Alla toe: ik heb maar één degoutante opmerking onthouden. Ze kwam uit de bek van een lompe lay-outer die graag mijn aandacht trok en in de zomer van 1971 onder mijn zomerjurk Kalamity ontwaarde. ,,Ha steekte weer vol?'' Straf, ik herinner mij zelfs zijn naam niet meer, anders mocht u het gerust weten.
(*)De Meester heeft die namiddag braaf gewacht. Enkele jaren later, toen hij mij 's avonds of 's nachts weleens aan de krant afhaalde, is zijn frank gevallen.
Anyway, na de loftrompet van de prof/BRT-baas en de prof/ baas van de Nieuwe Gids (die helaas geen geld had voor debuterend talent) mocht ik begin 1966 eens langskomen in de Jacqmainlaan. Ik had mijn toenmalig lief(*) meegebracht en hem op een terrasje in de buurt neergepoot, mij niet eens bewust van het feit dat het geen plaats was om argeloze jongemannen achter te laten.
En zo verliep het op de krant:Een joviaal persoon die mij ,,man'' noemde en zijn Antwerpse achtergrond niet kon verbergen kwam mij na eindeloos anti-chambreren ophalen en zei dat ik examen moest toen. Ja goed, zeg maar wanneer. Ha nee, het moest nu onmiddellijk. En toen zei deze onnozele trien: ,,Jamaar, ik heb nu geen tijd, ik kwam een afspraak maken.'' ,,Ha zo, ja man, dan moet ge maar eens terugkomen hé.''Ik mocht terugkomen maar ik had het bij die bink voor eeuwig verknoeid. Toen de krant tien jaar later failliet ging stond ik bovenaan zijn lijstje om af te danken omdat ik geen ,,sociaal geval'' was. Met dank aan de Meester.
Enfin, het opstelletje (!) dat hij mij in 1966 liet schrijven was blijkbaar ok. Ik mocht op 1 maart beginnen. Pour la petite histoire: precies op de dag dat een nonkel van het meesterke bij Periodica (de drukkerij) met pensioen ging.
Ik beschrijf nu de situatie op de redactie. Ik werd naar een lange tafel gebracht waar Johan Anthierens-zaliger gedachtenis over een gigantische Adler gebogen zat. Hij stak een sloom pootje naar mij uit en zei ,,Ik ben hier niet graag...''
De bink-man grinnikte iets en zei tegen zijn nieuwe aanwinst:,,Kijk, ge moogt hier zitten, op die stoel. De man die hier normaal zit is ziek maar ge moet niet bang zijn voor besmetting want het is ingebeeld.''
De ,,zieke man'' , bijnaam Miel, is later op de redactie mijn beste vriend geworden. Nooit iemand ontmoet met zoveel zin voor zelfspot. Nog enkele jaren was hij aan die lange rewriterstafel mijn bondgenoot.,,Ja meiske, ge kunt beter doen wat ze zeggen want anders is 't hier nie te doen, zie maar naar de Johan...'' Toen kwam een nieuwkomer van de eindredactie Miel vragen om eens iets aan het wetenschappelijk nieuws in de krant te doen. Hij ging prompt ,,studeren'' in een telefooncel(om niet gestoord te worden) en al was het geneeskundig nieuws niet zo goed voor zijn ingebeeld stokpaardje, de man werd een autoriteit in het vulgariseren van wetenschappelijk nieuws. Onze Poiche, zelf een doctor in de scheikunde, was in de wolken over zijn bijdragen.
Ondertussen zette ik nog enkele jaren punten en komma's in de CMBV-kalender, de Eiermarkt van Kruishoutem, de groentenprijzen van Katelijne-Waver en mocht de stommiteiten uit gedicteerde ,,ongevallen'' schrappen. Een van de betere uit West-Vlaanderen:,,Het vliegtuig gekscheerde over de wei..'' En als een redactiebediende promotie maakte en naar de regionale redactie verhuisde mocht ik tot de volgende aanwerving op die stoel gaan zitten.
Tot de dag dat ik mijn stoute schoenen aantrok en ,,het kleine grijze aapje'' (de bijnaam van de hoofdredacteur) vroeg of hij niet vond dat hij mij teveel betaalde? Zo had ik zijn aandacht: hij bleef midden op de redactievloer staan en zei na mijn uitleg: Ha ja. De rest is geschiedenis.
Nog één detail dat dient besproken. Waren vrouwen er ,,in mijn tijd'' mikpunt voor gore grappen? Alla toe: ik heb maar één degoutante opmerking onthouden. Ze kwam uit de bek van een lompe lay-outer die graag mijn aandacht trok en in de zomer van 1971 onder mijn zomerjurk Kalamity ontwaarde. ,,Ha steekte weer vol?'' Straf, ik herinner mij zelfs zijn naam niet meer, anders mocht u het gerust weten.
(*)De Meester heeft die namiddag braaf gewacht. Enkele jaren later, toen hij mij 's avonds of 's nachts weleens aan de krant afhaalde, is zijn frank gevallen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

