Wedden dat u dacht dat ik het hier over de ongepluimde variëteit ging hebben? Niet nodig: de Melaniekes Trompet hebben mijn hulp niet nodig. En ik ken haar échte naam wél hoor...
Kiekens, kippen dus. Niet meteen mijn favoriete erfgenoot, maar ze zijn wel nuttiger dan de doorsnee bosduif die mij dagelijks wakker zeurt. Let wel, erFgenoot, geen tikfout hé.
Vanmorgen werd ik dus wakker met een verhaal dat Kalamity mij gisteren vertelde, over een kip die ,,rare'' eieren legde en dat ze niet goed wist wat ze er mee moest aanvangen. De dierenarts vond ik eerlijk gezegd wat overdreven. Waarna ik terugkeerde naar mijn prille jeugd waar mijn grootouders op de boerenbuiten (zo heette dat toen nog voor een Brusselse kiek, ik dus) een kleinschalige kippenkwekerij hadden. En als de jongedames het een tijd vertikten om te produceren knelde mijn oma de kip tussen haar knieën en sneed hen de strot over. Ik zie die beesten nog een paar stappen verder springen. Kakelen deden ze niet meer.
Och ja, bij ons thuis in de rue Dewand hebben we ook een tijd kippen gehad. Zou het een toeval zijn dat het meesterke (mijn pa dus) hen de namen gaf van de vriendinnen van mijn moeder? Hoe is het mogelijk, ik herinner mij hun namen nog: Anna, Celine. En dat Anna na gedane arbeid in de grootste pot belandde en dat haar poten er nog uitstaken? Ik vond dat geweldig om verder te vertellen. Nu maar hopen dat de Kadokes dit nooit lezen...
maandag 25 juli 2016
zaterdag 23 juli 2016
Writers block?
Zo stil op de Malief-site? Allemaal de schuld van Kalamity die mij een roman van 632bladzijden had gegeven. Om te lezen hé. En die ik er in vier dagen heb doorgejaagd.'t Was een héle goeie! En zeg nu zelf, wat doe je anders als het op straat 30 graden is en in de schaduw van mijn hortensia's slechts 25?
Dat hoekje aan de hortensia's (en geen naarstig klussende buurman met lawaaierige attributen te horen) bleek een schot in de roos. Daarna een tiental (overjarige) Humo's doorbladerd met af en toe nog een glimp van de geestigaards die het levenswerk van de Snor verder zetten. Mij wel afgevraagd wat vrouwen in het algemeen en de schrijfster uit Strombeek in het bijzonder aan de langharige schrijver-lapzwans misdaan hebben. Niet dat ik er wakker van lig.
En dan is er nog mijn vakantiejob: twee pluizige grijs gestreepte poezen van de nodige hapjes voorzien terwijl mijn buren op reis zijn. Een meer dan correcte wederdienst voor al het snoeiwerk waarmee het baasje van de poezen de eeuwenoude (ik overdrijf) klimop van mijn tuinmuur heeft gehaald. En een ontdekking: ik zag de overblijfselen van een pakweg dertig jaar geleden wit geschilderde muur en raad eens wie dat nog gedaan heeft? Juist, ons mama.
Het jaartal kan ik nog ongeveer zeggen. Mijn schoonvader kwam op bezoek, keek lichtjes verontwaardigd naar zijn zoon in pak en das en dan zijn leeftijdsgenote die op de ladder indrukwekkende toeren mocht uithalen. Ik hoor hem nog zeggen ,,Maar, madam H. toch, pas op!..'' Juist, toen spraken de respectievelijke oma's en opa's mekaar nog met meneer en madam aan. En hoe ik zo precies weet hoelang dat geleden is? Met de leeftijd van Lottepoes, en hoe oud zij was toen haar opa overleden is.
Ingewikkeld? Als je een beetje vergeetachtig wordt dan zijn er gelukkig nog trucjes om de waarheid te achterhalen...
Dat hoekje aan de hortensia's (en geen naarstig klussende buurman met lawaaierige attributen te horen) bleek een schot in de roos. Daarna een tiental (overjarige) Humo's doorbladerd met af en toe nog een glimp van de geestigaards die het levenswerk van de Snor verder zetten. Mij wel afgevraagd wat vrouwen in het algemeen en de schrijfster uit Strombeek in het bijzonder aan de langharige schrijver-lapzwans misdaan hebben. Niet dat ik er wakker van lig.
En dan is er nog mijn vakantiejob: twee pluizige grijs gestreepte poezen van de nodige hapjes voorzien terwijl mijn buren op reis zijn. Een meer dan correcte wederdienst voor al het snoeiwerk waarmee het baasje van de poezen de eeuwenoude (ik overdrijf) klimop van mijn tuinmuur heeft gehaald. En een ontdekking: ik zag de overblijfselen van een pakweg dertig jaar geleden wit geschilderde muur en raad eens wie dat nog gedaan heeft? Juist, ons mama.
Het jaartal kan ik nog ongeveer zeggen. Mijn schoonvader kwam op bezoek, keek lichtjes verontwaardigd naar zijn zoon in pak en das en dan zijn leeftijdsgenote die op de ladder indrukwekkende toeren mocht uithalen. Ik hoor hem nog zeggen ,,Maar, madam H. toch, pas op!..'' Juist, toen spraken de respectievelijke oma's en opa's mekaar nog met meneer en madam aan. En hoe ik zo precies weet hoelang dat geleden is? Met de leeftijd van Lottepoes, en hoe oud zij was toen haar opa overleden is.
Ingewikkeld? Als je een beetje vergeetachtig wordt dan zijn er gelukkig nog trucjes om de waarheid te achterhalen...
zaterdag 25 juni 2016
Van de vareus in d' hoechelen...
Is het omdat ze er niet meer is? Feit is dat ik voortdurend woorden gebruik die in geen halve eeuw van mij zijn geweest. Brussels, ja, maar waarvan ik mij niet eens bewust ben. Ons moeder gebruikte ze de laatste jaren weer met zichtbaar genoegen.
De Meester vond ze destijds geweldig. Ze kwamen volgens hem uit het radio-programma 't Lieg plafon dat lang geleden op Omroep Brabant furore maakte. Maar ik zei dat ze van ons moeder kwamen.
Het begon toen ze in Avondrood naar mijn vareus vroeg want het was een beetje killig. In de tuin vond ze dan weer dat de hoechelen er druug bij stonden. Wat later speelden we ,,memory lane''. Of ze nog wist dat zij ons leerde onze crayon, onze cahier en onze maillot in onze calpain te steken. Er zat een tiret aan ons vareus en aan zee droeg het meesterke een chemieslakost.
Mouchke was haar troetelnaam voor het meesterke, ik heb hém nooit haar naam horen noemen. ,,Ja maske'' maar dat was in een onbewaakt ogenblik. Waar we woonden was altijd ,,een rue'', de balançoir was voor de kleinkinderen, en iemand die lawaai maakte ...vuil bataclan.
Het is mij een raadsel hoe zij dat genante dialect aan het meesterke kon verkopen, een meer dan gedreven flamingant uit het Leuvense die in hun prille relatie naar de IJzerbedevaart ging en haar uit Diksmuide een kaartje stuurde. Later vertelde ze mij: ,,Hij zei daarna dat ik daarmee wist wie hij was.'' Alsof dat een verhaal was dat bij haar thuis in de rue Dewand bekend was....
Maar goed, ondertussen gebruik ik ongegeneerd de ballustrade, wijs naar een basj op een stapel hout en hoor van een geletterd mens dat het een zeil is. Zei daarstraks in de winkel van de komiek dat ik vidange bij had, en ik kon onlangs aan de telefoon niet op het keurige ,,bergplaats'' komen omdat wij hier toch ook al een halve eeuw ,,kot'' zeggen.
Of is dit nu mijn manier om van mijn ouders afscheid te nemen?
Dan heb ik nog een verhaaltje over mijn lieve nicht Denise, ook al enkele jaren met een kruisje achter haan naam.. Ik dacht er ineens aan toen ik de fans van de Rode Duivels zo enthousiast de Brabançonne hoorde ,,zingen''. Denise had in het pensionaat van Londerzeel een andere versie geleerd en die leerde zij ons .Ik ontdekte gisteren dat ik ze nog kende al heb ik ze ongetwijfeld nooit hardop durven zingen...
Gevoelige lezertjes mogen het einde gerust overslaan.
Ho vaderland onzen ezel kan ni schaiten, zeh gat es toogeplekt on moinen appelseen
De kuinink zaa moeite kik er is in boiate?
De kuinink beit en onzen eizel sch....
(ik ken de echte versie in het Nederlands én het Frans hoor, wat dacht je dat ik in Schaarbeek bij soeur Petit Chou zoal heb geleerd?
Dat er vooral geen misverstand moge bestaan over de identiteit van ,,Denise'': mijn Brussels nichtje was de snode zangeres, en niet mijn eerwaarde tante, zoals een lichtjes geschokte junior mij eerder deze week fronsend vroeg. Tja, Denise was toen een populaire naam...
Dat er vooral geen misverstand moge bestaan over de identiteit van ,,Denise'': mijn Brussels nichtje was de snode zangeres, en niet mijn eerwaarde tante, zoals een lichtjes geschokte junior mij eerder deze week fronsend vroeg. Tja, Denise was toen een populaire naam...
zaterdag 18 juni 2016
De veggie-boer (bis)
Heb het even moeten nakijken: ook op 16 februari 2016 schreef Malief iets wat deze week in de serieuze krant voorpagina-nieuws is. Over een kunstmecenas die eigenlijk de pest heeft aan mannen die een pootje uitsteken in het huishouden, en echtgenotes die niet alles laten vallen als de Grote ondernemer besluit om met hart en ziel te gaan ondernemen.
Wat een heisa zeg. En de reactie van ,,een vriendin'' dat de mecenas wél een ondernemende echtgenote heeft. Juist, eentje met een rechtendiploma die echt waar van haar man enkele jaren mocht werken als rechter. En daarna ,,advies'' mocht geven in kunstaankopen, advies dat hij spijtig genoeg niet altijd volgde. Heeft allemaal in de krant gestaan. Maar goed, onze veggie-boer zal wel nog een andere slogan ter harte nemen: zolang ik maar op de voorpagina van de serieuze pers sta. Zelfs slechte reclame is reclame.
Wat een heisa zeg. En de reactie van ,,een vriendin'' dat de mecenas wél een ondernemende echtgenote heeft. Juist, eentje met een rechtendiploma die echt waar van haar man enkele jaren mocht werken als rechter. En daarna ,,advies'' mocht geven in kunstaankopen, advies dat hij spijtig genoeg niet altijd volgde. Heeft allemaal in de krant gestaan. Maar goed, onze veggie-boer zal wel nog een andere slogan ter harte nemen: zolang ik maar op de voorpagina van de serieuze pers sta. Zelfs slechte reclame is reclame.
maandag 6 juni 2016
Maskes moeten sterk zijn
Pakweg vijftig jaar was zij mijn moeder. Toen onze Poiche in Berlijn verdween werd ik haar moeder. De sterke vrouw die ik in haar leven maar één keer zag wenen toen het hart van het meesterke het begaf, zij had maar één lijfspreuk: maskes moeten sterk zijn...
De verdwijning van haar oudste zoon vond zij duidelijk een smerige streek. ,,Ik ben opstandig hé'' zei ze dan. De volgende tien jaar was Poiche het onderwerp van al haar vragen, speculaties, maar een onderwerp waar ze het in de familie niet over had. Behalve tegen mij, maskes moeten sterk zijn.
Of er nieuws was, wat men had gezegd, wat men had gedaan (men was dan de politie, toen ook nog de Rijkswacht) .
Tussendoor nachtelijke telefoontjes: je mama is gevallen, 's morgens naar Jette, binnenkort mag ze revalideren. Dat gebeurde een paar maal, maar telkens bij mij. Nee, naar een revalidatieoord ging ze niet, wel nor hoeis...Kleine randbewerking: het was in die tijd dat de Meester 's middags naar huis kwam om haar de nodige hapjes en drank te geven. Tot op de dag dat ik in Parijs telefoon kreeg van de Meester: Bomama is in Brussel gevallen, ze ligt (weer) in het ziekenhuis. Het was mijn laatste defilé uit mijn carrière. Dag Dries van Noten, maar ik pakte mijn valies en ging naar huis. Daarna begon mijn carrière als moeder van mijn mama.
In 2006 gaf ze het op. Onze poiche is er ne mi zenne, ze wou niet in haar huis in Brussel blijven, wij boden haar een kamer aan, terwijl gezocht werd naar een home.
Zeer tegen haar zin ging ze vijf maanden later naar Avondrood.( Die naam heb ik uitgevonden...)
Twee, drie keer per week kwam ik daar: ze acclimatiseerde , raakte bevriend met haar tafelgenoten en kon zich uitleven in tornooien van Vier op een rij.
Toen de dochter van Poichke haar vader achterna ging, een nieuws dat ik weken voor haar verborgen hield, was haar reactie kil. ,,Ik kan daar niks aan doen zenne''. Waarna ze zich afsloot voor ,,slecht nieuws''. Zoals toen de broer van de Meester overleed. ,,Past goed op zenne''.
En een jaar later, toen de Meester overleed vroeg ze na enkele weken ,,hoe is't met hem? '' en slikte ze mijn commentaar ,,veel werk hé'' met enige opluchting.
Zoals het een moeder past weerde ik alle slecht nieuws, deed jolig , en liet mij ,,commanderen'' om één van haar boterhammen op te eten..
Een maand geleden _ ze was toen nog maar een schaduw van haar mooie zelve_ zei ze plots in het Brussels :,,'t is al zolang geleden maar nu zou ik kunnen schrieven''. Om haar af te leiden ging ik wandelen in de tuin maar daar werd ze heel boos om, want het was wind...
En dan heeft het twee weken geduurd eer zij haar blauwe ogen (haar kinderen hebben donkere Herten-ogen) eindelijk kon sluiten. Er liep één traan uit haar rechteroog.
Nota: de openingsfoto van mijn blog is Bomama op het strand van Knokke. Het nieuwsgierige wicht naast haar is..Malief.
De verdwijning van haar oudste zoon vond zij duidelijk een smerige streek. ,,Ik ben opstandig hé'' zei ze dan. De volgende tien jaar was Poiche het onderwerp van al haar vragen, speculaties, maar een onderwerp waar ze het in de familie niet over had. Behalve tegen mij, maskes moeten sterk zijn.
Of er nieuws was, wat men had gezegd, wat men had gedaan (men was dan de politie, toen ook nog de Rijkswacht) .
Tussendoor nachtelijke telefoontjes: je mama is gevallen, 's morgens naar Jette, binnenkort mag ze revalideren. Dat gebeurde een paar maal, maar telkens bij mij. Nee, naar een revalidatieoord ging ze niet, wel nor hoeis...Kleine randbewerking: het was in die tijd dat de Meester 's middags naar huis kwam om haar de nodige hapjes en drank te geven. Tot op de dag dat ik in Parijs telefoon kreeg van de Meester: Bomama is in Brussel gevallen, ze ligt (weer) in het ziekenhuis. Het was mijn laatste defilé uit mijn carrière. Dag Dries van Noten, maar ik pakte mijn valies en ging naar huis. Daarna begon mijn carrière als moeder van mijn mama.
In 2006 gaf ze het op. Onze poiche is er ne mi zenne, ze wou niet in haar huis in Brussel blijven, wij boden haar een kamer aan, terwijl gezocht werd naar een home.
Zeer tegen haar zin ging ze vijf maanden later naar Avondrood.( Die naam heb ik uitgevonden...)
Twee, drie keer per week kwam ik daar: ze acclimatiseerde , raakte bevriend met haar tafelgenoten en kon zich uitleven in tornooien van Vier op een rij.
Toen de dochter van Poichke haar vader achterna ging, een nieuws dat ik weken voor haar verborgen hield, was haar reactie kil. ,,Ik kan daar niks aan doen zenne''. Waarna ze zich afsloot voor ,,slecht nieuws''. Zoals toen de broer van de Meester overleed. ,,Past goed op zenne''.
En een jaar later, toen de Meester overleed vroeg ze na enkele weken ,,hoe is't met hem? '' en slikte ze mijn commentaar ,,veel werk hé'' met enige opluchting.
Zoals het een moeder past weerde ik alle slecht nieuws, deed jolig , en liet mij ,,commanderen'' om één van haar boterhammen op te eten..
Een maand geleden _ ze was toen nog maar een schaduw van haar mooie zelve_ zei ze plots in het Brussels :,,'t is al zolang geleden maar nu zou ik kunnen schrieven''. Om haar af te leiden ging ik wandelen in de tuin maar daar werd ze heel boos om, want het was wind...
En dan heeft het twee weken geduurd eer zij haar blauwe ogen (haar kinderen hebben donkere Herten-ogen) eindelijk kon sluiten. Er liep één traan uit haar rechteroog.
Nota: de openingsfoto van mijn blog is Bomama op het strand van Knokke. Het nieuwsgierige wicht naast haar is..Malief.
dinsdag 3 mei 2016
Eindelijk! Enfin! At Last!
De wonderen zijn de wereld niet uit: pieken paultje heeft vandaag in Het Nieuwsblad bekend dat hij zijn succes-reportage over de Millet-rage niet zelf had bedacht...maar uit die krant ,,gepikt''. Dat ik hem dus ,,geïnspireerd'' had. Hm.Nu ja, zelf noemde ik dat dertig jaar geleden met een chic woord auteursdiefstal. Want toen zijn reportage over de snob-kinderen met de ski-jassen furore maakte was zijn uitleg dat hij ,,dat had opgemerkt op straat''. Klein mannetje dacht ik toen. Vandaag verwijst hij wel naar mijn verhaal in NB. Tja, dat het ook in DS had gestaan had hij zeker niet opgemerkt...daar stonden geen tekeningetjes bij.
Waarom zo'n late biecht? Vandaag maakte ex-collega Paul een overzicht van wat in 1986 in het nieuws was. Het zou mij niet verbazen als hij zijn naamgenoot op een kleine vergetelheid heeft gewezen.
Oef, nu zal ze er over zwijgen hoor ik enkele trouwe lezertjes verzuchten. Juist: ik heb er in de loop der jaren een paar venijnige blogjes aan gewijd.
Waarom zo'n late biecht? Vandaag maakte ex-collega Paul een overzicht van wat in 1986 in het nieuws was. Het zou mij niet verbazen als hij zijn naamgenoot op een kleine vergetelheid heeft gewezen.
Oef, nu zal ze er over zwijgen hoor ik enkele trouwe lezertjes verzuchten. Juist: ik heb er in de loop der jaren een paar venijnige blogjes aan gewijd.
vrijdag 22 april 2016
Reünie met de Benidorm B's
Dit is een verhaal voor insiders, de lezertjes uit India, Canada, Zuid-Afrika en omstreken hoeven er niets achter te zoeken. Deze zomer is het precies veertig jaar geleden dat onze krant in faling ging. Of we dat met de overlevende oud-strijders moesten vieren? We hebben er alvast héél leuke, af en toe gènante en vooral warme herinneringen opgehaald.
De plaats van de festiviteit: een viersterrenhotel in Brugge, een fraai oord waar ondanks de jobstijdingen de toeristen ons zéér voor de voeten liepen. Maar soit.
Eerste pakkende getuigenis kwam van een collega van pakweg 80 plus die zich vanwege een gescheurde achillespees door een voormalige secretaresse in een rolstoel liet rondrijden. ,,Goed adreske lieveke'' fluisterde hij ,,ik heb hier in den tijd mijn eerste huwelijksnacht doorgebracht''. Verdere confidenties wenste ik niet te horen, ik ben weg geslopen.
Och ja, toen kwamen de herinneringen aan de zomer 1976. Zelf herinner ik mij vooral dat het bloedheet was toen ik samen met een zwangere collega naar de RVA ging om ons te laten inschrijven. Zij kon met haar buikje compassie oproepen, ik duwde haar eerstgeborene in een buggy en dat gaf mij ook ,,enig aanzien''.
Over de collega's van een rivaliserende krant die op hun redactie ,,dansten op ons graf'', over de harde strijd die een handvol collega's met connecties voerden om ons vel zo duur mogelijk te verkopen, sappige met sigaren en bier overgoten nachten, dat heb ik toen gemist.Niemand had deze toen nog jonge moeder gevraagd om mee te doen en dus zat ik die julimaand met het gezin aan zee. Zodat ik nu het ,,ware verhaal'' kon horen. Of de anderen als ware ...(en nu mis ik de Meester die mij meteen zou zeggen hoe die vrouwen op de barricaden worden genoemd...) er toen bij waren weet ik niet, feit is dat ze er deze week voor onze veertigste verjaardag niet bij waren. Zonde. Als je als gepensioneerde nog door twintig mannen gezoend wordt...
Maar ondanks dat tekort aan vrouwen werd er enthousiast (heu) gebabbeld. En werden ( met recht en reden) onze opvolgers een paar stiekeme vegen uit de pan verkocht. Die ik niet zal herhalen. Maar we hebben ook gerelativeerd. Dat de krant er ,,mooi'' uit ziet en we onze ,,nazaten'' alle ellende die wij meemaakten zeker niet toewensen. Uit mijn eigen mandje? Mijn eerste grote modereportage in New-York die door de geïnteresseerde eindredactie een plaatsje werd toegewezen rond een in trapvorm en diagonaal gespreide reclame voor Haklé vochtig. En dat is geen schoonheidsproduct.
De plaats van de festiviteit: een viersterrenhotel in Brugge, een fraai oord waar ondanks de jobstijdingen de toeristen ons zéér voor de voeten liepen. Maar soit.
Eerste pakkende getuigenis kwam van een collega van pakweg 80 plus die zich vanwege een gescheurde achillespees door een voormalige secretaresse in een rolstoel liet rondrijden. ,,Goed adreske lieveke'' fluisterde hij ,,ik heb hier in den tijd mijn eerste huwelijksnacht doorgebracht''. Verdere confidenties wenste ik niet te horen, ik ben weg geslopen.
Och ja, toen kwamen de herinneringen aan de zomer 1976. Zelf herinner ik mij vooral dat het bloedheet was toen ik samen met een zwangere collega naar de RVA ging om ons te laten inschrijven. Zij kon met haar buikje compassie oproepen, ik duwde haar eerstgeborene in een buggy en dat gaf mij ook ,,enig aanzien''.
Over de collega's van een rivaliserende krant die op hun redactie ,,dansten op ons graf'', over de harde strijd die een handvol collega's met connecties voerden om ons vel zo duur mogelijk te verkopen, sappige met sigaren en bier overgoten nachten, dat heb ik toen gemist.Niemand had deze toen nog jonge moeder gevraagd om mee te doen en dus zat ik die julimaand met het gezin aan zee. Zodat ik nu het ,,ware verhaal'' kon horen. Of de anderen als ware ...(en nu mis ik de Meester die mij meteen zou zeggen hoe die vrouwen op de barricaden worden genoemd...) er toen bij waren weet ik niet, feit is dat ze er deze week voor onze veertigste verjaardag niet bij waren. Zonde. Als je als gepensioneerde nog door twintig mannen gezoend wordt...
Maar ondanks dat tekort aan vrouwen werd er enthousiast (heu) gebabbeld. En werden ( met recht en reden) onze opvolgers een paar stiekeme vegen uit de pan verkocht. Die ik niet zal herhalen. Maar we hebben ook gerelativeerd. Dat de krant er ,,mooi'' uit ziet en we onze ,,nazaten'' alle ellende die wij meemaakten zeker niet toewensen. Uit mijn eigen mandje? Mijn eerste grote modereportage in New-York die door de geïnteresseerde eindredactie een plaatsje werd toegewezen rond een in trapvorm en diagonaal gespreide reclame voor Haklé vochtig. En dat is geen schoonheidsproduct.
Abonneren op:
Posts (Atom)
