Thuis is waar het zwembad staat

Thuis is waar het zwembad staat
Toen werd het zomer!!!

dinsdag 15 november 2016

En daar zat...Ljiena

Toeval bestaat niet zullen we maar zeggen, en zo krijgt ,,het potteke van Soeur Edith'' ineens een vervolg. Toen zong ik de lof van mijn laatste poetsvriendin. Ik zou haar niet herkend hebben, en dat is niet uitzonderlijk, als je weet dat ik mijn overbuurvouw al verward heb met een verpleegster uit Avondrood.
 Ljiena zat aan de kassa van een buurtwinkel. Ik had mijn prei, selder, pompoen en courgette al op haar toog gedeponeerd toen ze zei ,Iek ken u toch?'' en ,,Oe bent het toch, niks veranderd?''
Met Ljiena sprak ik tien  jaar geleden een mondjevol Engels. En was ik zo beschaamd dat een gediplomeerde anesthesist uit Tsjetsenië mijn stof opveegde dat ik meestal een namiddag ging zwemmen.
 Ze was een model van werklust, vriendelijkheid  en klasse. Ze huurde een appartementje met een man/profiteur en kwam op een dag met verbrande benen werken. De eigenaar/Marokkaan wou de boiler niet maken, maar ze stond er op om te poetsen. Dan voelde ze de pijn minder...
 Toen ze na enkele jaren een job kreeg in een OCMW-bejaardentehuis was ik blij voor haar en ze was zo attent om een opvolgster te introduceren. Oxana, de trouwe lezers kennen haar verhaal.
 En nu stond ik daar deze dinsdagmiddag  met tranen in mijn ogen en herkende haar. Het jeugdige van toen was er helaas af, maar lief, attent en boordevol klasse, dat was er nog altijd.
 Het werd een snel verhaal terwijl er niemand achter mij aanschoof. Informeren naar de Kadokes en de Meester, en hoe kwam het dat ze niet meer in de verpleging zat? Ik begreep het niet zo goed maar blijkbaar was het een contract van beperkte duur, en zat ze nu hier omdat ze moest werken want de man was weg, de dochter had een zoontje....
.Ik was op een haar na achter de toog geklommen om haar een dikke knuffel te geven, maar  er stond toen (nog net niet morrende) klandizie achter mij. Ik heb haar plechtig beloofd om terug te komen.

zaterdag 12 november 2016

Verexcuseren...

Noem het een ,,onweerstaanbare drang'' als ik uit mijn sloffen schiet na een theaterbezoek. Heeft alles te maken met mijn Brusselse achtergrond waar Vlamingen destijds leerden dat je beter discreet, beschaafd uit de hoek kwam. Zo niet hoorde je achter je rug een smalende ,,des paysans''  roepen. De Franstalige Brusselaars wisten toen nog niet dat boeren hardwerkende mensen zijn...
Ruim veertig jaar geleden leerde ik de ,,bourgeoisie'' uit de vaderstad van de Meester kennen. Van de eigenares van ons eerste appartementje die mij altijd ,,madame,, noemde, met zo'n halve knieval er achteraan. Later de dames aan de kleuterschool als ik Lottepoes bracht. Moeders van de betere klasse. Dachten zij.
En zo heb ik ook een ,,conférence''  bedacht rond dit bizarre verschijnsel, dat vandaag wel zo goed als verdwenen is. Want nu lachen ze luidop, zwieren ze met zakdoeken en brullen ze de Marie-Louise  en wippen ze op en neer.
Daar gaan we.
,,Vreuger was het beiter. Ik zaa het nog on mane kwaffeur toon dak man mise en place ging hoale.
Wa vremd volk datter seirewoureg rondlupt: ge moeit ma verexcuseire , mo zemme giene pas, ho moeite ze dei dan copuleren?''
Tot daar mijn poging om het in een vreemde taal te zeggen...Ik vrees dat het Brussels is.

vrijdag 11 november 2016

Naar den trouw...

Neem mij mijn slordig taalgebruik niet kwalijk: gisteren heb ik echt slechte manieren geleerd.  De gepropageerde tussentaal _ die je bij ,,Thuis'', ,,Familie'' en dergelijke voorgeschoteld krijgt, had ik  echt niet verwacht op een cultureel evenement.  Hoewel, ik moet nu niet de naïeve trien  uithangen: als Kalamity en Lottepoes niet meewillen is dat een veeg teken.
,,Waar wil ze nu weer naartoe'' hoor ik een occasionele lezer zuchten. Ik heb nu eenmaal niet de gewoonte om met de deur in huis te vallen.
Nu goed: tijdens een optreden van een overigens ravissante 51-jarige grappenmaakster in een cultuurtempel heb ik vooral veel gelachen (stilletjes, hardop lachen, moet dat?), gezien dat het heel gewoon is voor een paar honderd toneelliefhebbers om recht te veren en de juiste gebaren te produceren voor ,,De Marie Louise'', zomaar, op commando van de grappenmaakster (slik). Beter nog, om een hele rij (de derde, wij zaten gelukkig op de tweede) op het toneel te sommeren (ze doen hét!) en een bijrol te spelen in het toneeltje waarbij de comedienne/actrice ging trouwen na ruim een uur klagen dat ze geen man vond. En dat die uitverkorenen met een lach de rol van ,,de zatte nonkel'',  ,,de vader'', de ,,moeder ''(die volgens mij jonger was dan de bruid) de bruidsmeisjes (die niet wisten waar ze hun sacoche moesten laten), de bruidegom (die zijn echte vrouw even moest vergeten maar als beloning (?) achter het bruidsboeket gezoend werd en de demente bommi  die volgens de bruid al niet meer wist waar ze was....Hahaha zo grappig.
Tot de bruid, dit keer vermomd als de tante uit Gent, naar het hoogtepunt werkte. Neenee, geen verdere vuile praat over het varken en zijn sossis, het werd echt grappig met niks dan woordspelingen die ik zelfs niet moest herhalen om ze te snappen. Sommigen deden dat wel. Ondertussen liepen er tranen uit mijn ogen. Het is bekend dat Malief alleen weent van het lachen.
Toen was het gedaan en kreeg de actrice, die ook mooi zong maar alleen smartlappen produceert,  van mij een lang en welgemeend applaus. Maar niet opgesprongen, luidop gebruld,  met de armen gezwaaid en met witte zakdoeken gewuifd. Driekwart van de zaal deed dat wél.
Conclusie: ik kan niet meer mee. Ik dacht echt dat de rij die zo mak naar het toneel werd geleid en daar met hun onnozele schorten te kijk stond, een soort acteurs van een plaatselijke vereniging waren. Ik had het zelfs al aan mijn gezelschap gesuggereerd. Maar toen ik het in het buitengaan aan een paar dames (slachtoffers?) vroeg -beroepsmisvorming- zegden ze heel fier ,,ja, dat waren wij''.  Maar dat had ik weer verkeerd verstaan. Zij dachten dat ik wou weten of zij het waren die op het toneel waren geklauterd. Zég: ik zat wel op de tweede rij hé....

dinsdag 1 november 2016

Het potteke van soeur Edith

Nu weet ik weer waarom er (voorlopig) geen opvolgster komt voor, min of meer  in  chronologische volgorde, madam Debakker,  Marja van de Zelestraat, Elske uit  Munchen of omstreken, Lena uit Tasjkent en Oxama  ,ook van die kanten. Omdat, als je zelf (af en toe hoor) poetst, ontroerende, akelige, maar ook leuke dingen ontdekt. Zoals in het potteke van soeur Edith.

Juist, het is vandaag ,,heiligdag'' maar voor Malief een uitstekende gelegenheid om ,,de grote living'' eens onder handen te nemen. Er zijn er zelfs die beweren dat je daar, met het zicht op Allerzielen, een aflaat mee verdient.

Ingewijden weten wat er met dat potteke gebeurde. Maar helaas zijn de meesten ook al  bij soeur Edith.  En dat was de naam van een lief nonneke uit Bunia die drie grietjes van pakweg veertien jaar op de Brusselse Expo leerden kennen.  Ze zat in het ,,paviljoen van de katholieke missies'' naarstig  potjes te naaien. En omdat in haar buurt ook leuke mannelijke exemplaren rondhingen, ha ja, de Troubadours van Koning Boudewijn, even zwart en lachend als Edith. Dat leverde ons correspondentievrienden op en Malief kennende werd zij een trouwe auteur van nonsensbriefjes die dan weer beloond werden met nieuws uit Congo.

Maar eerst kwam soeur Edith nog naar ons thuis. Het Meesterke zag daar blijkbaar geen ,,gevaar'' in voor zijn dochter. Ze kwam in gezelschap van soeur Marie-Madeleine, haar overste, en die werd prompt opgeëist door een vriendin van Bomama. Een overste was altijd beter dan een zusterke hé. Enfin, dacht zij.
Edith werd bij ons verwend, dat spreekt, en toen ze terugkeerde naar Bunia kreeg ik niet alleen haar adres maar ook een handgemaakt (genaaid) potje met deksel. Het kreeg een plaatsje op het dressoir en toen het Meesterke er niet meer was kwam het naar hier.
Vandaag bij het poetsen het potje nog eens open getrokken. Jaaa, helemaal vergeten: daarin bewaarde het Meesterke (ondertussen donkerbruin verkleurde) knipsels uit De Standaard...Met examenuitslagen van de Vlaamse universiteiten in de jaren zestig. (dat stond toen nog in de krant!)
Zou onze Poiche geweten hebben dat zijn stille pa zo fier was met zijn onderscheiding? Het doctoraat heeft hij niet meer uitgeknipt. Daar plakte een pijnlijk  ,,misverstand'' aan: op de eerste bladzijde  bedankte hij zijn toenmalige echtgenote. Pa, zei niks, Bomama  zei: ja, daar zitten wij voor niks tussen...
Ha, wou iemand weten of ik ook in het potteke belandde?  Ja, toch de eerste kan. en nu weet ik ook weer wie van mijn latere collega's  in mijn jaar zaten...Maar een ,,voldoening''? Pff dat was goed voor één keer...


zondag 16 oktober 2016

Een Griekse tragedie...

Godzijdank is mij een carrière als toneelrecensent bespaard gebleven...Tot daar mijn nederige conclusie na een avondje modern volkstoneel. Voor mijn zielenrust kan ik zeggen dat ook mijn gezelschap een gegeneerde geeuw en een diepe frons niet kon verbergen terwijl we naar huis stapten. En om het helemaal goed te maken hoorden we achter ons een bont gezelschap lachen en jammeren (dat kan in zo'n situatie) dat het toch wel erg was dat ze Jef uit De kotmadam in zijn halve blote hadden moeten bekijken en dan nog wel van op de derde rij. Dan hadden wij meer geluk: van op het balkon had ik geopperd dat die meneer met nog alerte piemel precies de kotbaas was uit De Kotmadam...
Vannacht_ ja, daar hou ik mij mee bezig_ zat ik te denken of ik het misschien toch niet goed begrepen had? De moeder die met gespreide benen voor een ventilator zit, alle mannen met een lange pruik en op pumps. En wat was er met dat zusje gebeurd? En waarom grabbelde die dikkerd in zijn slip en kwam de moeder boos aanzetten???
Hoera voor het internet. Vandaag heb ik ontdekt dat het een bewerking was van een Griekse tragedie in een decor van De Collega's. Een moderne versie van De Collega's dus, die hier wel allemaal familie zijn. Denk ik toch. En dat het waarschijnlijk aan mijn gezegende leeftijd ligt dat die ongetwijfeld straffe inspanning van de vier acteurs later maar een lauw applaus kreeg.
Maar nee, ik werd ook getroost. Want in een recensie stond ook dat vier zeventienjarigen die door hun lerares waren meegevraagd tegen het einde lamlendig in de zetels hingen. Maar hola, ze hadden hun gsm mooi in hun zak gelaten...Wat tegenwoordig ook al een prestatie is.

vrijdag 14 oktober 2016

Ondertussen in Veurne...

Het moet een jaar of vijf/zes geleden zijn dat ik hem nog eens een bezoekje bracht. Ik heb zijn voornaam gebruikt om de (ondertussen ook verdwenen) glanzend zwarte merels in mijn stadstuintje te benoemen. Het was, achteraf bezien, een memorabel bezoek. Omdat het de laatste keer was.
Gisteren stond hij tussen de overlijdensberichten, 94jaar.
Even terug naar Memory Lane: in 1968 was hij nog de zwierige paster om mijn huwelijk met de Meester te bezegelen, daarna verdween hij voor een meer bescheiden carrière in de luwte.
Ik zag hem terug toen één van mijn (in die tijd) talloze baasjes een boekje wou opendoen over de koninklijke familie en omdat ik uit Laken kwam en wist wie ooit de lijfarts van het hof (en de mijne, haha) was, en wie daar dan weer mee bevriend was, ging ik de paster in zijn thuishaven in Veurne een interviewke afnemen. Niet echt sappige details kreeg ik te horen, er bestond blijkbaar nog enig respect voor biecht-en artsengeheimen.
Maar wie het later wou lezen: Stel je voor, Albert en Paola kwamen bij ons naar de zondagsmis en terwijl Albert zijn wagen parkeerde was er altijd wel een brave parochiaan die zijn stoel afstond. Het was in de tijd dat de kerken 's zondags nog bomvol zaten... Het boekje kreeg als titel,,De Kroongetuigen'' en die titel heb ik nog uitgevonden. Omdat ze geen betere vonden, zei de toenmalige hoofdredacteur met spijt...
Terug naar Veurne, waar de Meester en ik wel vaker kwamen sinds we aan de kust een stek hadden. Ik plaagde de Meester wel eens dat hij precies de burgemeester van V. was, omdat hij zo zot was van dat stadje...
Die dag, zo'n vijf of zes jaar geleden, waren we gaan shoppen en suggereerde ik een kort bezoekje aan de paster.in zijn kleine villa in Veurne. Dat was grappig: er kwam een flukse Westvlaamse open maken die zei dat hij getrouwd was. Pardon? Ik vroeg verder, en blijkbaar verstond zij maar node het Algemeen Nederlands want toen lachte ze: HAA, de PASTER? Die zit al joare in ssuderkruus.
Dat adres hebben we (zeer ongebruikelijk voor ons) snel gevonden...Een bejaardentehuis.
De Meester ging niet mee naar boven. Het was winter en behalve een zwarte pet, zwarte anorak en zwarte zonnebril (zijn gewone bril lag in de wagen) wou hij de oudjes niet opschrikken.
Kende hij mij nog? Ha ja, de dochter van Philomène. En dat hij nog altijd hoopte dat Pezzeke het goed stelde, want dat was in 1947 zijn eerste dopeling. En of ik hem zeker nog eens zou bellen.
Ondertussen heb ik enige ervaring met bejaarden, en weet ik nu dat hij verward en ongerust was.
En niets meer van hem gehoord, behalve via via andere verhalen die hem in zijn ouden dag, zo  dicht bij het eindpunt, ongetwijfeld hebben aangevreten. Hopelijk rust hij in vrede...



zaterdag 8 oktober 2016

Inspecteren...

Nog zo'n uitdrukking die ons Bo mij vanuit ik-weet-niet-welke verre planeet achterna stuurt. Bo, ons moeder dus, was nogal direct in haar uitspraken. Een nieuw lief? Die zou ze ,,inspecteren''. De trap gepoetst, dat moest geïnspecteerd worden. Ik had er eerlijk gezegd een hekel aan. Omdat het meer was dan ,,haar gedacht zeggen'': ze was de baas.
Jaren geleden, al lang het huis uit, vertelde ze mij wat een onnozele zever dat vriendje van haar kleindochter schreef. ,,Je t'aime, je t'adore'', allé zeg. Pas toen begreep ik dat ik jaren mijn ,,correspondentie, dagboekjes enzovoort '' als een onnozele blaag had laten rondslingeren. In brieven kijken, kastjes controleren, ja juist ,,inspecteren'', dat deed je toch niet?
Pas toen begrepen waarom zij mij in mijn Leuvense tijd, met het (nooit vertelde) ldvd om het eerste liefje troostte toen ik weer mijn valiesje pakte ,,I can't stop loving you hé'' zei ze duister? Ik dacht alleen maar ,,Zou ze dat een schoon liedje vinden''?
En nu laat ze dus een pak geheimpjes na. Nu ja, geheimpjes? De  liefdesbrieven van meesterke had ik al gevonden toen ze naar Avondrood verhuisde. Dat heb ik haar verteld, maar het interesseerde haar niet. Ik heb er een gelezen en bedacht dat het saaier was dan Hendrik Conscience.
Kastjes en lades heb ik altijd gesloten gelaten. Een portefeuille die niet van mij is? Niet ,,inspecteren''.
Mijn voormalige baasjes op de krant hadden aan die ,,terughoudendheid'' lak. Op reportage (de eerste jaren hé) in een marginale buurt van Brussel eiste LDL dat ik mij ,,naar binnen moest wringen'' en loofde een collega die, als hij langs de voordeur niet binnen geraakte, het langs de achterdeur probeerde. Maar dat is oude koek. Sommigen noemen het naïviteit, andere gebrek aan belangstelling. Ha ja, want ik stel ook zelden ,,diepgaande vragen'' à la Jambers en Co. Maar soit. Waar ik naartoe wil? Al meer dan tien jaar heb ik de portefeuille van Bo in mijn bezit. Nooit uitgepluisd.  Tot nu. Goed verstopt, dat wel: een briefje van het meesterke voor haar verjaardag: 2september 1941. Ze waren getrouwd in de zomer, het meesterke  schreef haar een echt waar héél mooi briefje. Waaruit bleek dat zij hem ,,volgend jaar'' ook een eerste Kadoke zou geven...